Feiertag in het Nederlands

Feiertag in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Feiertag wordt in het Nederlands meestal vertaald als feestdag.

Vertaling

  • Feiertag → feestdag

Synoniemen en andere vertalingen

  • vrije feestdag
  • nationale feestdag
  • officiële rustdag

Voorbeelden

  • Am Feiertag sind alle Geschäfte geschlossen. → Op een vrije feestdag zijn alle winkels gesloten.
  • Der 1. Mai ist ein Feiertag in Deutschland. → 1 mei is een nationale feestdag in Duitsland.