Wappen in het Nederlands – vertaling en voorbeelden
Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Wappen wordt in het Nederlands meestal vertaald als wapen.
Vertaling
- Wappen → wapen
Synoniemen en andere vertalingen
- schild, embleem, insigne
Voorbeelden
- Das Wappen des Königreichs ist sehr bekannt. → Het schild van het koninkrijk is erg bekend.
- Er zeigte stolz sein Familienwappen. → Hij toonde trots zijn familie-embleem.