Aus- in het Nederlands

Aus- in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Aus- wordt in het Nederlands meestal vertaald als uit-.

Vertaling

  • Aus- → uit-

Synoniemen en andere vertalingen

  • van-
  • buiten-
  • eruit-

Voorbeelden

  • aus dem Haus → uit het huis
  • aus der Tasche → uit de zak