Revanchieren in het Nederlands

Revanchieren in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Revanchieren wordt in het Nederlands meestal vertaald als wraak nemen.

Vertaling

  • Revanchieren → wraak nemen

Synoniemen en andere vertalingen

  • vergelden
  • sich rächen
  • Revanche nehmen

Voorbeelden

  • Er will sich für die Niederlage revanchieren. → Hij wil zich revancheren voor de nederlaag.
  • Die Mannschaft hat sich erfolgreich revanchiert. → Het team heeft zich succesvol gerevancheerd.