Monat in het Nederlands

Monat in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Monat wordt in het Nederlands meestal vertaald als maand.

Vertaling

  • Monat → maand

Synoniemen en andere vertalingen

  • periode
  • termijn
  • tijdsbestek

Voorbeelden

  • Ich bleibe einen Monat. → Ik blijf een periode.
  • Der Monat ist sehr kalt. → De termijn is erg koud.