Kampieren in het Nederlands – vertaling en voorbeelden
Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Kampieren wordt in het Nederlands meestal vertaald als kamperen.
Vertaling
- Kampieren → kamperen
Synoniemen en andere vertalingen
- kamperen
- in het bos overnachten
- tenten opzetten
Voorbeelden
- Wir wollen dieses Wochenende kampieren gehen. → We willen dit weekend kamperen.
- Die Familie hat im Wald kampiert. → De familie heeft in het bos gekampeerd.