Bezahlen in het Nederlands

Bezahlen in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Bezahlen wordt in het Nederlands meestal vertaald als betalen.

Vertaling

  • Bezahlen → betalen

Synoniemen en andere vertalingen

  • voldoen
  • afrekenen
  • vereffenen

Voorbeelden

  • Ich muss die Rechnung bezahlen → Ik moet de rekening voldoen
  • Er hat den Betrag bereits bezahlt → Hij heeft het bedrag al afgerekend