Sonntag in het Nederlands

Sonntag in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Sonntag wordt in het Nederlands meestal vertaald als zondag.

Vertaling

  • Sonntag → zondag

Synoniemen en andere vertalingen

  • rustdag
  • weekenddag
  • vrije dag

Voorbeelden

  • Der Sonntag ist mein Lieblingstag. → De rustdag is mijn favoriete dag.
  • Am Sonntag gehen wir oft spazieren. → Op zondag gaan we vaak wandelen.