Schlafen in het Nederlands

Schlafen in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Schlafen wordt in het Nederlands meestal vertaald als slapen.

Vertaling

  • Schlafenslapen

Synoniemen en andere vertalingen

  • rusten
  • slapen gaan
  • indommelen

Voorbeelden

  • Ich will jetzt schlafen. → Ik wil nu rusten.
  • Er schläft tief. → Hij slaapt diep.