Aufmuntern in het Nederlands

Aufmuntern in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Aufmuntern wordt in het Nederlands meestal vertaald als opvrolijken.

Vertaling

  • Aufmuntern → opvrolijken

Synoniemen en andere vertalingen

  • opbeuren
  • aanmoedigen
  • vrolijk maken

Voorbeelden

  • Er wollte sie mit einer netten Geste aufmuntern. → Hij wilde haar opvrolijken met een aardig gebaar.
  • Ein Lächeln kann jemanden aufmuntern. → Een glimlach kan iemand opbeuren.