Auslaufen in het Nederlands

Auslaufen in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Auslaufen wordt in het Nederlands meestal vertaald als uitlopen.

Vertaling

  • Auslaufenuitlopen

Synoniemen en andere vertalingen

  • beëindigen
  • ophouden
  • aflopen

Voorbeelden

  • Das Wasser beginnt auszulaufen. → Het water begint af te lopen.
  • Der Vertrag wird bald auslaufen. → Het contract zal binnenkort ophouden.