Eins in het Nederlands

Eins in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Eins wordt in het Nederlands meestal vertaald als één.

Vertaling

  • Eins → één

Synoniemen en andere vertalingen

  • één stuk
  • één exemplaar
  • één keer

Voorbeelden

  • Ich habe eins gewählt. → Ik heb er één gekozen.
  • Eins ist genug. → Eén is genoeg.