Inhaber in het Nederlands – vertaling en voorbeelden
Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Inhaber wordt in het Nederlands meestal vertaald als eigenaar.
Vertaling
- Inhaber → eigenaar
Synoniemen en andere vertalingen
- eigenaar
- bezitter
- houder
Voorbeelden
- Der Inhaber des Buches ist bekannt. → De houder van het boek is bekend.
- Der Inhaber der Firma hat das Meeting geleitet. → De bezitter van het bedrijf heeft de vergadering geleid.