Knack in het Nederlands

Knack in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Knack wordt in het Nederlands meestal vertaald als knack.

Vertaling

  • Knackknack

Synoniemen en andere vertalingen

  • talent
  • aanleg
  • vaardigheid

Voorbeelden

  • Er hat den Knack für schwierige Aufgaben. → Hij heeft het talent voor moeilijke opdrachten.
  • Sie hat den Knack, gute Geschichten zu erzählen. → Ze heeft de vaardigheid om goede verhalen te vertellen.