Knöchel in het Nederlands

Knöchel in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Knöchel wordt in het Nederlands meestal vertaald als enkel.

Vertaling

  • Knöchelenkel

Synoniemen en andere vertalingen

  • sprong, gewricht, enkelgewricht

Voorbeelden

  • Ich habe mir den Knöchel verstaucht. → Ik heb mijn sprong verstuikt.
  • Der Knöchel tut weh nach dem Lauf. → De enkel doet pijn na het hardlopen.