Ostern in het Nederlands – vertaling en voorbeelden
Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Ostern wordt in het Nederlands meestal vertaald als Pasen.
Vertaling
- Ostern → Pasen
Synoniemen en andere vertalingen
- paasfeest
- paasdagen
- vreugde van Pasen
Voorbeelden
- Wir feiern Ostern im Garten. → Wij vieren Ostern in de tuin.
- Ostern ist ein wichtiger Feiertag. → Ostern is een belangrijke feestdag.