Schnitzel in het Nederlands – vertaling en voorbeelden
Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Schnitzel wordt in het Nederlands meestal vertaald als schnitzel.
Vertaling
- Schnitzel → schnitzel
Synoniemen en andere vertalingen
- kotelet
- gebakken vlees
- vleeslapje
Voorbeelden
- Ich esse gern Schnitzel. → Ik eet graag kotelet.
- Das Schnitzel ist sehr knusprig. → Het schnitzel is erg krokant.