Spaß in het Nederlands – vertaling en voorbeelden
Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Spaß wordt in het Nederlands meestal vertaald als plezier.
Vertaling
- Spaß → plezier
Synoniemen en andere vertalingen
- lol, vermaak, genot
Voorbeelden
- Wir hatten viel Spaß → We hadden veel lol
- Der Film macht Spaß → De film is leuk