Termin in het Nederlands

Termin in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Termin wordt in het Nederlands meestal vertaald als afspraak.

Vertaling

  • Terminafspraak

Synoniemen en andere vertalingen

  • afspraak, ontmoeting, tijdstip

Voorbeelden

  • Ich habe einen Termin beim Arzt. → Ik heb een afspraak bij de dokter.
  • Der Termin wurde auf nächste Woche verschoben. → De afspraak is naar volgende week verzet.