Torkeln in het Nederlands – vertaling en voorbeelden
Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Torkeln wordt in het Nederlands meestal vertaald als wankelen.
Vertaling
- Torkeln → wankelen
Synoniemen en andere vertalingen
- wiebelen
- schwanken
- taumeln
Voorbeelden
- Er begann zu torkeln. → Hij begon te wiebelen.
- Die Katze torkelt nach dem Schlaf. → De kat torkelt na het slapen.