Wechseln in het Nederlands

Wechseln in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Wechseln wordt in het Nederlands meestal vertaald als wisselen.

Vertaling

  • Wechseln → wisselen

Synoniemen en andere vertalingen

  • omwisselen
  • vervangen
  • ruilen

Voorbeelden

  • Ich muss das Geld wechseln → Ik moet het geld omwisselen
  • Er will den Termin wechseln → Hij wil de afspraak veranderen