Wirtschaft in het Nederlands

Wirtschaft in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Wirtschaft wordt in het Nederlands meestal vertaald als economie.

Vertaling

  • Wirtschafteconomie

Synoniemen en andere vertalingen

  • handel
  • bedrijf
  • economiebeheer

Voorbeelden

  • Die deutsche Wirtschaft wächst schnell. → De Duitse handel groeit snel.
  • Wir lernen viel über die Wirtschaft. → We leren veel over de bedrijf.