Wochenmarkt in het Nederlands

Wochenmarkt in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Wochenmarkt wordt in het Nederlands meestal vertaald als weekmarkt.

Vertaling

  • Wochenmarkt → weekmarkt

Synoniemen en andere vertalingen

  • weekmarkt
  • markt
  • marktplein

Voorbeelden

  • Ich gehe jeden Samstag zum Wochenmarkt. → Ik ga elke zaterdag naar de weekmarkt.
  • Auf dem Wochenmarkt gibt es frisches Obst. → Op de weekmarkt is er vers fruit.