Zählen in het Nederlands

Zählen in het Nederlands – vertaling en voorbeelden

Het Duitse woord of de Duitse uitdrukking Zählen wordt in het Nederlands meestal vertaald als tellen.

Vertaling

  • Zählen → tellen

Synoniemen en andere vertalingen

  • rekenen
  • opgeven
  • meewegen

Voorbeelden

  • Ich kann bis zehn zählen. → Ik kan tot tien rekenen.
  • Die Stimmen werden gezählt. → De stemmen worden meegewogen.