Inwonen in het Duits

Inwonen in het Duits – vertaling en voorbeelden

Het Nederlandse woord of de Nederlandse uitdrukking Inwonen wordt in het Duits meestal vertaald als wohnen.

Vertaling

  • Inwonen → wohnen

Synoniemen en andere Duitse vertalingen

  • leben
  • hausen
  • residieren

Voorbeelden

  • Wij wonen bij mijn ouders in. → Wir leben bei meinen Eltern.
  • Zij komt bij ons inwonen. → Sie zieht bei uns ein.