Wonen in het Duits – vertaling en voorbeelden
Het Nederlandse woord of de Nederlandse uitdrukking Wonen wordt in het Duits meestal vertaald als Wohnen.
Vertaling
- Wonen → Wohnen
Synoniemen en andere Duitse vertalingen
- leben
- residieren
- hausen
Voorbeelden
- Ik woon in Amsterdam. → Ich lebe in Amsterdam.
- Wij wonen dichtbij het station. → Wir residieren nahe dem Bahnhof.